I onttrekken aan
werkw.
| Uitspraak: | [ɔnˈtrɛkə(n) an] |
| Vervoegingen: | onttrok aan (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft onttrokken aan (volt.deelw.) |
| iets aan het zicht/oog onttrekken | (zorgen dat iets niet meer zichtbaar is) `De trap werd aan het oog onttrokken doordat er een draaibare boekenkast voor zat.` |
II zich onttrekken aan
reflexief werkw.
| Uitspraak: | [ɔnˈtrɛkə(n) an] |
| Vervoegingen: | onttrok zich aan (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft zich onttrokken aan (volt.deelw.) |
opzettelijk proberen niet te doen wat wel van je verwacht wordt | Voorbeeld: | `zich met een smoesje aan een vervelende verplichting onttrekken` | |
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van onttrekken aan?
De verleden tijd van onttrekken aan is 'onttrok aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft onttrokken aan'.
Hoe spel je onttrekken aan?
onttrekken aan spel je O N T T R E K K E N Spatie A A N Op andere websites
Zoek onttrekken aan in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek onttrekken aan op
Google
Zoek onttrekken aan op
Woordenlijst.org
Zoek onttrekken aan in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek onttrekken aan op
Wikipedia